‘Leraar zijn’: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan

Op de opleiding waar ik werk staat op een muur ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan’. Ik ben een groot fan van Pippi Langkous en waarschijnlijk nooit helemaal ontwaakt uit de droom een Pippi te zijn. De spreuk is prachtig en werkt tot op zekere hoogte. En in dat laatste zit nu net het probleem. Als je uitgebreid de YouTube video over het repareren van een kraan hebt bekeken, dan werkt de spreuk vast als je daarna daadwerkelijk met de kraan aan de slag gaat. Ook zal de spreuk helpen als je tijdens je opleiding je eerste rekenles moet geven of een presentatie bij een vergadering moet houden. In al deze gevallen ben je toch enigszins voorbereid en heb je al bagage op gedaan.

Om de spreuk bij een lerarenopleiding te hangen vind ik minder. Wil de spreuk de aankomende leerkrachten iets bijbrengen over leerlingen: dat je leerlingen moeten stimuleren te durven, zelf te ontdekken? Hoe bereiden kinderen zich voor op iets wat ze nog nooit gedaan hebben of gaat het echt om vertrouwen in ‘trial and error’?

Of zegt de spreuk ook iets over aankomende leerkrachten? ‘Leraar zijn’ ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan. Hoe moeilijk kan het zijn om kinderen historisch besef bij te brengen (‘je leest toch gewoon de feitjes op’) of kaartbesef (‘je laat ze gewoon topo-spelletjes spelen op de computer’). Een som uitleggen en de leerlijn in de gaten houden kan toch iedereen. Overleg met de IB-er, boze ouders te woord staan, stagiaires begeleiden. Geen probleem. Dat het allemaal toch wat anders is dan het lijkt, merk ik niet alleen bij jonge studenten, maar ook bij mijn werk met zij-instromers. Het durven doen is prima, maar een gedegen voorbereiding en veel bagage zijn onmisbaar.

‘Leraar zijn’ ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan. Het lijkt wel wat op de boodschap die het ministerie van OCW nu uitzendt. Als het echt niet anders kan (en de MR instemt en zo nog wat voorwaarden), mag er ook een ouder voor de klas. En dat in een tijd dat besturen er door datzelfde ministerie nog steeds aan herinnerd worden hun leraren te laten inschrijven in het lerarenregister. Dit register zou de kwaliteit van leraren en daarmee van het onderwijs moeten garanderen. Leraren zouden daarin steeds moeten bijhouden hoe ze aan hun professionele ontwikkeling hebben gewerkt. Niet dat ik nu een voorstander ben van zo’n statisch register dat vooral bureaucratie en controle dient. Professionele ontwikkeling daarentegen is onmisbaar voor elke leraar in elke fase van zijn of haar loopbaan. En dan zouden die onbevoegden ook nog mee moeten kunnen met de druk om ‘evidence based’ te werken, hoewel dat op zichzelf al een illusie is (lees hier waarom). Dat vergt gedegen verdieping in allerlei vak- en onderwijs gerelateerde wetenschappen. Blijkbaar ziet het ministerie hier geen tegenstrijdige ideeën in.

Ouders, onbevoegden, ze zijn welkom. Dat is slecht voor de status van het beroep. En daarmee gelijk ook voor het salaris van deze beroepsgroep. Leraar: een ongeschoold beroep. Waarom dan nog een opleiding volgen? Wat een onterechte klap in het gezicht van al die bevoegde leraren. Lerarenopleidingen kunnen wel inpakken als het lerarentekort op deze manier weggepoetst wordt.  Hoe lager de status en het salaris des te onaantrekkelijker het beroep: de maatregel zal het lerarentekort alleen maar vergroten. In plaats van ‘alle sluizen open te zetten’, zouden we juist de toegang tot de opleiding en de eisen aan leraren moeten verzwaren: een exclusiever beroep is een aantrekkelijker beroep, zo leert de sociologie ons. In Japan is dat mooi zichtbaar (lees hier).

Waarom zal ik moeilijk doen als zelfs besturen en scholen blij zijn, dat ze af mogen wijken van de regels als het echt niet anders kan? Zelfs opvang door ouders is beter dan kinderen naar huis sturen, zo is de redenering. En dat vraag ik me juist af. ‘Vandaag zijn er geen chirurgen, maar we laten u opereren door een onbevoegde ouder, want dat is beter dan u naar huis te sturen.’ Scholen zijn geen kinderopvang, daar hebben we de BSO bijvoorbeeld voor waar weer andere professionals werken. Of moeten we de oplossing in een radicaal andere hoek zoeken? Samen met de lerarenopleidingen ook de scholen en het beroep leraar opheffen. En dan alleen nog centra hebben waar het onderscheid tussen informeel en formeel leren is vervaagd voor zowel deelnemers als medewerkers. Dan hebben we niet alleen het tekort opgelost, maar ook de problemen met de status en het salaris van deze historische beroepsgroep.

‘Leraar zijn’: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan
Schuiven naar boven